Leerjaren 5 en 6, woordenlijst 4: van ‘uitrusten’ tot ‘vaak’
Spelling voor Key Stage 2 · Engels · Woorddictee · Les 13
- equip v.: uitrusten
- equipped v., adj.: uitgerust
- equipment n.: uitrusting
- especially adv.: vooral
- exaggerate v.: overdrijven
- excellent adj.: uitstekend
- existence n.: bestaan
- explanation n.: uitleg
- familiar adj., n.: vertrouwd; bekend
- foreign adj.: buitenlands
- forty num.: veertig
- frequently adv.: vaak