Instructiewoorden bij examens
Spelling Key Stage 4 · Engels · Les 4
- analyse v.: analyseren
- evaluate v.: evalueren
- justify v.: rechtvaardigen
- interpret v.: interpreteren; tolken
- summarise v.: samenvatten
- criticise v.: bekritiseren
- demonstrate v.: aantonen, demonstreren
- illustrate v.: illustreren
- compare v.: vergelijken
- assess v.: beoordelen
- describe v.: beschrijven
- explain v.: uitleggen